Nederland wil in hoog tempo afscheid nemen van kolen, olie en aardgas, maar de infrastructuur die daarvoor nodig is kan de snelle omschakeling naar elektriciteit op veel plaatsen niet bijbenen. Het stroomnet zit inmiddels in grote delen van het land aan zijn maximale capaciteit. Bedrijven, woningbouwprojecten en verduurzamingsplannen lopen daardoor tegen lange wachttijden aan.

De energietransitie heeft het Nederlandse energiesysteem in relatief korte tijd ingrijpend veranderd. Huishoudens koken vaker elektrisch, warmtepompen vervangen cv-ketels, elektrische auto's moeten worden opgeladen en bedrijven stappen voor hun productie steeds vaker over van gas naar elektriciteit.

Tegelijkertijd wordt veel meer elektriciteit opgewekt met zonnepanelen en windmolens. Dat betekent dat het stroomnet niet alleen grotere hoeveelheden elektriciteit naar gebruikers moet vervoeren, maar op andere momenten ook grote hoeveelheden lokaal opgewekte stroom moet verwerken.

Net was niet ontworpen voor deze omslag

Daar zit een belangrijk deel van het probleem. Het bestaande elektriciteitsnet is gebouwd voor een energiesysteem waarin aardgas decennialang een belangrijke rol speelde bij onder meer de verwarming van woningen en gebouwen.

Door de snelle elektrificatie is de vraag naar transportcapaciteit veel sterker toegenomen. Op piekmomenten kan het netwerk die hoeveelheid elektriciteit op verschillende plaatsen niet meer verwerken. Er ontstaat dan netcongestie: een soort file op het elektriciteitsnet.

Vooral tussen ongeveer 16.00 en 21.00 uur is de belasting groot. Huishoudens gebruiken dan veel elektriciteit, terwijl ook elektrische auto's worden opgeladen en bedrijven stroom afnemen.

Bedrijven op de wachtlijst

De gevolgen zijn inmiddels duidelijk zichtbaar. Bedrijven die een nieuwe of zwaardere aansluiting nodig hebben, kunnen die op veel plaatsen niet direct krijgen. Ook woningbouw, laadpleinen, scholen en andere voorzieningen kunnen hierdoor vertraging oplopen.

Voor ondernemers is dat extra wrang. Bedrijven worden aangemoedigd om van fossiele brandstoffen af te stappen, maar kunnen vervolgens ontdekken dat het elektriciteitsnet onvoldoende capaciteit heeft om die overstap mogelijk te maken.

Ook in Noord-Brabant is de situatie op verschillende plaatsen kritiek. Netbeheerder Enexis meldde in juli nog tientallen nieuwe knelpunten in onder meer Brabant, Limburg, Groningen en Overijssel.

Niet alleen transport is een probleem

Naast de beperkte capaciteit van het netwerk speelt nog een tweede vraagstuk: Nederland moet ook op momenten zonder voldoende zon en wind over genoeg elektriciteitsproductie beschikken.

Volgens de overheid dreigt richting 2030 de huidige norm voor leveringszekerheid te worden overschreden. De vraag naar elektriciteit neemt toe, terwijl conventionele elektriciteitscentrales uit de markt kunnen verdwijnen.

Het kabinet besloot daarom in 2026 te werken aan een zogenoemd capaciteitsmechanisme. Producenten en andere aanbieders kunnen daarbij worden betaald voor het beschikbaar houden van capaciteit, zodat ook tijdens perioden met weinig wind en zon voldoende elektriciteit beschikbaar blijft.

Miljardeninvesteringen nodig

De komende jaren moet daarom op grote schaal worden geïnvesteerd in transformatorstations, hoogspanningsverbindingen, kabels en lokale elektriciteitsnetten. Alleen bouwen is echter niet voldoende. Procedures voor nieuwe infrastructuur kunnen jaren duren en ook personeel, ruimte en materialen zijn beperkt beschikbaar.

Het kabinet heeft inmiddels extra maatregelen aangekondigd om de uitbreiding te versnellen. Juridische procedures moeten korter worden en voor sommige projecten worden vergunningseisen vereenvoudigd.

Daarnaast moet het bestaande netwerk slimmer worden gebruikt. Bedrijven kunnen bijvoorbeeld worden gestimuleerd om elektriciteit vooral buiten de drukste uren af te nemen. Ook batterijen en flexibel stroomgebruik moeten helpen om pieken te verminderen.

Energietransitie komt in nieuwe fase

Daarmee komt de Nederlandse energietransitie in een nieuwe fase. Het plaatsen van windmolens, zonnepanelen en warmtepompen alleen is niet voldoende. De infrastructuur die al die elektriciteit moet vervoeren en het vermogen om op ieder moment voldoende stroom te leveren, worden minstens zo belangrijk.

De komende jaren staat Nederland daarom voor een omvangrijke operatie: het elektriciteitsnet moet in hoog tempo worden verzwaard terwijl huishoudens en bedrijven tegelijkertijd steeds afhankelijker worden van elektriciteit.

Zolang die uitbreiding achterloopt op de groeiende vraag, blijft het volle stroomnet een van de grootste knelpunten van de Nederlandse energietransitie.